De discussie over tatoeageverwijdering met laser zet de beauty- en huidzorgbranche opnieuw op scherp. Aanleiding is een recente Radar-uitzending, gevolgd door reacties van de ANBOS en Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten (NVH).
Kritiek op onderbouwing
De uitzending van Radar over risico’s bij tattoo removal werd op onderdelen aangepast nadat onderbouwing voor bepaalde claims ontbrak. De NVH had eerder gesteld dat complicaties en huidschade bij tatoeageverwijdering toenemen en pleitte op basis daarvan voor strengere wetgeving. Concrete cijfers of casuïstiek die deze ontwikkeling onderbouwen, ontbreken vooralsnog in de publieke communicatie. Daardoor blijft onduidelijk hoe groot het geschetste probleem in de praktijk precies is.
ANBOS trekt duidelijke grens
ANBOS maakt inmiddels helder dat tatoeageverwijdering met laser volgens de organisatie niet thuishoort binnen het vak van de schoonheidsspecialist. De behandeling wordt gezien als te complex en te risicovol voor het beroepsprofiel. Bij laserbehandelingen wordt hoge energie diep in de huid afgegeven. Dat kan leiden tot brandwonden, littekens en blijvende pigmentveranderingen. Volgens ANBOS is het voor consumenten bovendien niet altijd duidelijk of zij worden behandeld door iemand met de juiste deskundigheid en bevoegdheid.
Spanningsveld in de markt
De uiteenlopende standpunten laten zien dat er binnen de markt een duidelijk spanningsveld bestaat tussen bevoegdheid, praktijkervaring en beroepsafbakening. Waar brancheorganisaties wijzen op grenzen van het vak, benadrukken andere partijen het belang van gespecialiseerde kennis en ervaring in de praktijk. Tegelijkertijd groeit het aantal aanbieders van tattoo removal, net als de vraag van consumenten. Daarmee wordt het speelveld niet alleen groter, maar ook complexer.
Veiligheid en vakbekwaamheid
Centraal in de discussie staat de vraag waar veiligheid precies in zit: in een formele titel of in diepgaande kennis van huidreacties en pigmentgedrag. Volgens voorstanders van een praktijkgerichte benadering bepaalt juist die expertise of een behandeling veilig verloopt. Daarbij gaat het onder meer om het inschatten van huidtype, inktsoort en behandelinstellingen. Ook het herkennen van de grenzen van de huid speelt daarbij een belangrijke rol. ANBOS stelt daar tegenover dat korte trainingen, zoals een dag- of avondcursus, geen voldoende basis bieden voor dit type behandeling. Het bedienen van apparatuur is volgens de organisatie iets anders dan begrijpen wat er in de huid gebeurt.
Duidelijker kaders gewenst
De discussie maakt duidelijk dat er behoefte is aan heldere kaders voor risicovolle laserbehandelingen. ANBOS stelt dat behandelaars die tatoeageverwijdering toch uitvoeren, zich buiten de grenzen van het beroepsprofiel begeven, met mogelijke gevolgen voor aansprakelijkheid en verzekeringsdekking. Tegelijkertijd pleit de organisatie voor verdere professionalisering van het vak, onder meer via scholing, kwaliteitskaders en een duidelijkere afbakening van bevoegdheden. Voor de sector draait het daarmee niet alleen om techniek, maar ook om vertrouwen, transparantie en professionele positionering.
De kernvraag in het debat blijft daarmee overeind: hoe borg je veiligheid in een markt waarin meerdere disciplines actief zijn en de grens tussen kennis, ervaring en bevoegdheid niet altijd voor iedereen zichtbaar is?

















