Tussen wetenschap en salonrealiteit
“Hormoonverstorende stoffen” is een term die steeds vaker opduikt in de media, op social media en in gesprekken met cliënten in de salon. Sommige merken zetten het onderwerp zelfs nadrukkelijk in als marketinginstrument. Dat roept vragen op: wat zijn hormoonverstorende stoffen precies, en wat betekent dit concreet voor jouw dagelijkse praktijk als schoonheidsspecialist?
Wat zijn hormoonverstorende stoffen?
Hormoonverstorende stoffen, ook wel endocrine disruptors (EDC’s) genoemd, zijn chemische stoffen die het hormonale systeem van het lichaam kunnen beïnvloeden. Dat kan door een hormoon na te bootsen, de werking ervan te blokkeren of de hormoonbalans indirect te verstoren. Toch is het belangrijk te benadrukken dat een stof niet automatisch gevaarlijk is omdat zij in laboratoriumonderzoek hormonale activiteit laat zien. De dosering, de duur en de totale mate van blootstelling bepalen uiteindelijk het werkelijke risico.
Cosmetica in de Europese Unie valt onder een van de strengste regelgevingstelsels ter wereld: de Cosmeticaverordening (EG 1223/2009). Stoffen die als onveilig worden beoordeeld, kunnen worden verboden of slechts binnen zeer beperkte concentraties worden toegestaan. De veiligheidsbeoordeling gebeurt op basis van risico – een combinatie van intrinsieke eigenschappen en reële blootstelling – en niet uitsluitend op basis van een theoretische werking in een reageerbuis.
Ingrediënten die vaak ter sprake komen
In discussies over hormoonverstoring in cosmetica keren een aantal ingrediënten steeds terug. Parabenen zijn daarvan een bekend voorbeeld. Conserveermiddelen als methylparaben, ethylparaben, propylparaben en butylparaben werden jarenlang veel gebruikt om producten microbiologisch stabiel en veilig in gebruik te houden. In laboratoriumtests is bij sommige parabenen een zwakke oestrogene activiteit aangetoond, wat heeft geleid tot maatschappelijke discussie en aanvullend wetenschappelijk onderzoek.
Binnen de Europese Unie zijn bepaalde parabenen na beoordeling door wetenschappelijke comités veilig bevonden binnen strikte concentratiegrenzen, terwijl andere varianten, zoals isopropyl- en isobutylparaben, niet langer zijn toegestaan. In de professionele huidverzorging zijn parabenen inmiddels grotendeels uit de formules verdwenen, mede onder invloed van veranderende consumentenperceptie en merkpositionering
Bij zonneproducten gaan discussies vaak over chemische uv-filters zoals oxybenzone (benzophenone-3) en andere filters met mogelijke hormonale activiteit. Deze ingrediënten zijn in de EU uitsluitend toegestaan binnen vastgestelde maximale concentraties en na beoordeling door het Scientific Committee on Consumer Safety (SCCS). Tegelijkertijd kiezen steeds meer merken voor minerale filters zoals zinkoxide of titaniumdioxide, mede omdat deze passen bij een natuurlijk of “clean” imago.
Daarnaast zijn er stoffen als triclosan, een antibacterieel ingrediënt dat inmiddels sterk is beperkt vanwege zorgen over risico’s en milieu-impact, en antioxidanten zoals BHA en BHT, die op waaklijsten staan maar binnen strikte limieten nog gebruikt mogen worden. Ook hier geldt dat het steeds gaat om de combinatie van stof, concentratie en daadwerkelijke blootstelling.
Hoe gaan professionele merken hiermee om?
In de professionele markt zie je een gemengd beeld: sommige merken werken nog met bepaalde van deze ingrediënten, andere hebben ze bewust uit hun formules geweerd. Dat betekent echter niet automatisch dat het ene merk “onveilig” is en het andere per definitie “veiliger”. Wanneer een ingrediënt gebruikt mag worden binnen de Europese regelgeving en de concentratie binnen de wettelijk vastgestelde limieten blijft, wordt het volgens de huidige wetenschappelijke inzichten als veilig beschouwd.
Tegelijkertijd is er een duidelijke beweging richting “clean beauty”. In de professionele huidverzorging zijn parabenen inmiddels grotendeels uit de formules verdwenen, mede door veranderende consumentenperceptie. Toch blijven veel merken expliciet communiceren dat zij “vrij van parabenen” of zelfs “vrij van hormoonverstorende stoffen” zijn. Zulke claims spelen in op de behoefte aan transparantie, maar vormen niet automatisch een objectieve veiligheidsindicator. Een product zonder parabenen kan bijvoorbeeld alternatieve conserveermiddelen bevatten die bij sommige huidtypen sneller irritatie veroorzaken. De kunst voor jou als professional is om voorbij de marketingtaal te kijken en het totale formuleplaatje mee te wegen.
Wat betekent dit in jouw salonpraktijk?
Cliënten komen vaak goed geïnformeerd binnen, maar de informatie die zij meenemen is niet altijd volledig of correct. Dat maakt jouw rol als vertaler van wetenschap naar praktijk des te belangrijker. Het helpt om zowel de filosofie van jouw merken te kennen als de basis van de Europese regelgeving, zodat je vragen kunt beantwoorden zonder mee te gaan in angstmarketing.
Een praktisch vertrekpunt is de INCI-lijst op de verpakking: de internationale naamgeving van cosmeticabestanddelen is verplicht, zodat duidelijk is welke ingrediënten in een product zitten. Zie je een onbekende naam of stelt een cliënt daar een vraag over, dan hoef je het niet allemaal uit je hoofd te weten. De COSMILE Europe-database en -app bieden een laagdrempelig hulpmiddel. In COSMILE Europe vind je betrouwbare, gecontroleerde en wetenschappelijk onderbouwde informatie over duizenden cosmetische ingrediënten, inclusief hun functie, eigenschappen, oorsprong (synthetisch of van natuurlijke herkomst) en in welke producttypes ze voorkomen. De app maakt het mogelijk om ingrediënten op te zoeken via de INCI-naam of door een ingrediëntenlijst te scannen, zodat jij en je cliënt samen rustig kunnen kijken waar een stof voor dient.
Door tijdens een intake of productadvies de INCI-lijst erbij te pakken of samen een ingrediënt in COSMILE te bekijken, laat je zien dat je transparant en evidence-based werkt. Dat haalt vaak de spanning uit het onderwerp en verlegt het gesprek van “gevaarlijke stoffen” naar wat een huid op dat moment nodig heeft. Zo voorkom je zwart-witdenken: “chemisch” is niet per definitie slecht, “natuurlijk” niet automatisch veilig – ook plantenextracten en essentiële oliën kunnen hormonale of irriterende activiteit hebben.
De Europese Commissie volgt de discussie rond hormoonverstorende stoffen nauwgezet en laat stoffen met een mogelijk endocrien effect opnieuw beoordelen. Nieuwe wetenschappelijke inzichten kunnen leiden tot strengere limieten, aanvullende waarschuwingen of een volledig verbod op bepaalde ingrediënten. In de praktijk betekent dit dat de lijst met toegestane en beperkte stoffen in beweging blijft, met een duidelijke trend richting meer transparantie en extra bescherming van kwetsbare groepen, zoals kinderen en zwangere vrouwen.
Hormoonverstorende stoffen in cosmetica zijn geen eenvoudig ja/nee-verhaal. Er zijn ingrediënten die in de wetenschappelijke literatuur en publieke discussies genoemd worden vanwege mogelijke hormonale activiteit. Tegelijkertijd zijn producten die volgens de Europese Cosmeticaverordening op de markt worden gebracht onderworpen aan een strenge veiligheidsbeoordeling op basis van risico, niet uitsluitend op basis van theoretische werking.
Voor de moderne schoonheidsspecialist ligt de kracht in kennis, nuance en heldere communicatie. Door regelgeving te begrijpen, de ingrediënten van je producten te kennen en hulpmiddelen als de INCI-lijst en de COSMILE-app in te zetten, kun je cliënten goed informeren zonder mee te gaan in angst, maar ook zonder kritiekloos vertrouwen. Juist die combinatie van professionaliteit en kritische vragen maakt het verschil in de behandelstoel.


















