Omega 3-vetzuren (EPA en DHA) gelden als het ultieme wondermiddel bij een droge huid, een kapotte barrière of vlammende ontstekingen zoals rosacea en acne. In een gezond fysiologisch klimaat doen ze ook precies wat ze moeten doen: ze doven de ontstekingscascade, herstellen de celmembranen en zorgen voor een soepele microcirculatie.
Maar wat als je visolie adviseert en de cliënt komt een maand later terug met een nóg onrustigere huid, roodheid, of klachten als brain fog, misselijkheid en extreme vermoeidheid?
De verklaring ligt dan misschien wel in de chemische structuur van Omega 3. Het zijn meervoudig onverzadigde vetzuren, wat ze extreem kwetsbaar maakt voor oxidatie. Zelfs als er Vitamine E aan de capsule is toegevoegd om de olie in het potje goed te houden, biedt dat geen enkele garantie zodra het vetzuur in het lichaam belandt.
Wanneer een cliënt kampt met hoge oxidatieve stress (door chronische stress, zwaar roken, een verstoord microbioom, metaalstapeling of een chemobehandeling) zijn er te veel vrije radicalen in het weefsel. Zodra de kwetsbare Omega 3-vetzuren hierin terechtkomen, treedt er lipideperoxidatie op: het vet roest als het ware in de cel.
In plaats van een ontstekingsremmer kan de geoxideerde Omega 3 in specifieke situaties veranderen in een toxische interventie. Hierbij ontstaan bijproducten zoals malondialdehyde (MDA). In de huid stimuleert dit juist de ontstekingsroutes, waardoor roodheid en acne verergeren. Systemisch beschadigen deze stoffen de energiefabrieken van de cel (de mitochondriën), wat de vermoeidheid en de ‘watterige hersenen’ veroorzaakt.
Je ziet zo’n reactie gelukkig niet dagelijks, maar als het gebeurt weet je nu wel wat er aan de hand kan zijn. Ziet een huid er dof en ontstoken uit en voelt de cliënt zich uitgeput? Blindelings standaard Omega 3 voorschrijven onder het motto “de huid heeft meer vetten nodig”, is dus niet altijd verstandig. Mocht het een keer misgaan, stuur je cliënt dan door naar een behandelaar die onderzoekt welke oorzaak eronder ligt, maar ook weet hoe de oxidatieve storm geblust zou moeten worden.

Yvonne van Stigt,
directeur OPFG

















